azdelta  
                          
AZ Delta Roeselare    
Campus Wilgenstraat   Campus Brugsesteenweg Tel.  051-23.70.22
Wilgenstraat 2 Brugsesteenweg 90 Fax. 051-23.79.77
8800 Roeselare 8800 Roeselare  
webmaster: glen.forton@azdelta.be

Een woordje uitleg over:
- oorproblemen en   -operaties
- neusproblemen en -operaties
- sinusproblemen en -operaties
- duizeligheid
- oorsuizingen
- allergieën
- snurken en oplossingen
- schildklierproblemen
- stemproblemen
- keel- en stembandkanker

 

 
 
Otosclerose

Otosclerose is een tamelijk frequente vorm van slechthorendheid.  Ongeveer 1% van de Belgische bevolking vertoont radiologische tekenen van otosclerose, maar heeft daarom niet per se gehoorverlies.  Het gaat immers om een stoornis in het botmetabolisme van het zeer harde bot rondom het binnenoor, dat bestaat uit het slakkenhuis en het evenwichtsorgaan: het otisch kapsel. Otosclerose heeft niets te maken met andere botaandoeningen of “verkalking”: otosclerose komt enkel voor in het menselijke otisch kapsel.  We onderscheiden twee belangrijke types: ten eerste, de zogenaamde fenestrale otosclerose, waarbij de botafwijkingen er voor zorgen dat het derde gehoorsbeentje, de stijgbeugel, langzaam maar zeker vast komt te zitten (waardoor gehoorverlies van het geleidingstype ontstaat). Ten tweede kennen we de retrofenestrale otosclerose, waarbij er vooral haarden van abnormale botomvorming rondom het slakkenhuis zitten. Dit geeft dan aanleiding tot een ander soort gehoorverlies, namelijk perceptieverlies oftewel sensorieel gehoorverlies.  Mengvormen zijn ook mogelijk.
Vrouwen worden ruim tweemaal zo vaak getroffen als mannen. Bij een gedeelte van de patiënten is er sprake van een overerfbare vorm.  Er komen dan doorgaans meerdere aangetaste individuen in de stamboom voor.  Hormonale invloeden spelen ook een duidelijke rol: het sneller achteruitgaan van het gehoorverlies tijdens de zwangerschap is daar een illustratie van.
De eerste symptomen uitten zich doorgaans tussen de 20 en de 40 jaar als een geleidelijke, maar progressieve achteruitgang van het gehoor en dit dikwijls aan beide kanten (maar niet noodzakelijk tegelijkertijd in de tijd).  Oorsuizingen komen voor bij vele patiënten; evenwichtsstoornissen in mindere mate.

Diagnose
De diagnose van otosclerose wordt door de NKO-arts gesteld op basis van een aantal onderzoeken, waaronder een gehoortest (audiogram) via luchtgeleiding en beengeleiding, een meting van de impedantie van de gehoorbeentjesketen (met inbegrip van de stapediusreflexmeting), stemvorktesten en –onontbeerlijk- een speciale CT van de rotsbeenderen.  Met deze beeldvormingstechniek kunnen we niet alleen objectieve tekenen van otosclerose en otospongiose vaststellen, maar we kunnen ook andere afwijkingen uitsluiten die een dergelijke gehoorverlies kunnen veroorzaken, maar vooraal géén ingreep op de stijgbeugel nodig hebben (bv. een dehiscent semicirculair kanaal).

Behandeling
Principieel kan het gehoorverlies dat veroorzaakt wordt door een milde tot matige otosclerose goed verholpen worden door het dragen van een gehoorprothese.  Dit is echter voor vele patiënten geen aantrekkelijke optie.  Daarenboven moet er rekening mee worden gehouden dat het gehoorverlies met het verstrijken der jaren nog zal toenemen, waardoor het dragen van een hoortoestel op den duur ook onvoldoende wordt.
Bij fenestrale otosclerose, dit wil zeggen het type waarbij de stijgbeugel vastzit en er daardoor een geleidingsverlies is ontstaan, kan een ingreep een adequate oplossing bieden.
Het idee om de stijgbeugel volledig te verwijderen, de zogenaamde stapedectomie, en het ovale venster vervolgens af te dekken met een vliesje om daarna een kunststofprothese te plaatsen tussen het lange been van het aambeeld en het ovale venster, dateert van 1956 en werd gelanceerd door de Amerikaanse oorchirurg John Shea jr.  Deze techniek werd op zeer belangrijke wijze aangepast en verbeterd door de Antwerpse oorchirurg, Prof.Dr. J. Marquet.  Hij stelde in 1963 als eerste voor om niet de volledige stijgbeugel te verwijderen, maar enkel een kleine opening van optimaal 0.8 mm te maken in de vastgegroeide voetplaat van de stijgbeugel, om dan vervolgens een prothese vast te maken aan het lange been van het aambeeld en de schacht van de prothese te positioneren in de kleine opening.  Tot op heden is deze techniek nog steeds de norm, al zijn de middelen geëvolueerd.  Einde de jaren ’80 werd een miniatuur boortje populair, de zogenaamde “skeeter boor”, om op een veilige manier het kleine gaatje in de voetplaat te maken.  Daarna kwam het lasertijdperk.  In onze dienst wordt de stapedotomie  quasi altijd verricht met de CO2-laser en wordt er gebruikt gemaakt van een titaniumprothese. De ingreep verloopt volledig langs de gehoorgang: er is dus geen insnede achter het oor. De resultaten zijn uitstekend en werden gepubliceerd in het gezaghebbende Amerikaanse tijdschrift Otology & Neurology (klik op de link om het artikel te lezen).

Retrofenestrale otosclerose, dit wil zeggen, de vorm waarbij het binnenoor wordt aangetast en er dus een perceptief gehoorverlies ontstaat, kan op zich niet geopereerd worden.  Het dragen van een hoortoestel is daar de enige optie. Soms wordt overgegaan tot de langdurige toediening van natriumfluoride omdat dit het proces zou vertragen.  In een beperkte groep patiënten leidt de retrofenestale otosclerose tot een zeer zwaar gehoorverlies tot doofheid.  In die gevallen kan overgegaan worden tot cochleaire implantatie.

In een aantal gevallen met een belangrijk gemengd gehoorverlies, kan het aangewezen zijn eerst de ingreep uit te voeren, om dan daarna een licht hoortoestel te kunnen dragen.

 

 

 

 
 


Laser-geassisteerde stapedotomie met interpositie van een titaniumprothese (Kurz àWengen titanium clip prosthesis)

 

Kurz àWengenTitaniumprothese